HOME
Artikel in De Morgen door Pieter T‘jonck oktober 2014

Over hotels en kleren

Toen de dieren nog spraken ontleenden we onze identiteit aan ons werk, aan buren en vrienden. Tegenwoordig lijkt identiteit vooral een zelfbouwpakket. De Beursschouwburg scant die markt in het programma ‘Transformers’. De Duitse Helena Dietrich werd ingehuurd als je individuele coach op die markt.

Waaromkleed je je op een bepaalde manier? Wat zou het je doen om het over een andere boeg te gooien? Word je dan ook iemand anders? Waarom loopt er een rilling van ongemak over je rug als je er alleen maar aan denkt? Die vraag beheerst ‘Becoming Lili’, het project van Helena Dietrich.

Misschien is de keuze voor een bepaalde kledij niet zo onschuldig als ze lijkt. Misschien worden we veel meer gestuurd door onze omgeving dan we willen geloven. Kijk maar eens op de site www.exactitudes.com van fotograaf Ari Versluys en ‘profiler’ Ellie Uyttenbroek. Daar zie zo’n 150 fotoreeksen met telkens 12 foto’s van een bepaald type.

Je herkent ze meteen. De ‘old boys network’, met blauwe blazer en das. Zakenmannen. Of de ‘gabbers’ met kaalgeschoren kop en training jas en hun vrouwelijke tegenhangers, de ‘gabber bitches’. Stoere jongens en meisjes aan de zelfkant van de maatschappij. Wellicht vinden ze dat hun kledij iets zegt over henzelf, maar waarom zien ze er dan zo eenvormig uit?

Die vragen komen al snel op als je inschrijft voor ‘Becoming Lili’, het transformatie-experiment dat Helena Dietrich opzette. Het begint allemaal nogal geheimzinnig. Je ontvangt een brief, die aanraadt om drie sessies te volgen. Sessie 1: ‘I agree to make myself’. Die maak je alleen door. Sessie 2: ‘I agree to be made by you’. In die sessie meet de kunstenares je een nieuwe identiteit aan. In sessie 3, ‘I agree to make you’ mag jij haar look bepalen. Je moet wel een contract tekenen. Je laat toe dat beelden van een interview gebruikt worden in een korte video. Toch maar doen?

Ik probeer alvast sessie 1. Plaats van afspraak: een boetiekhotel in Brussel. Eigenlijk de gepimpte versie van een betonkolos uit de jaren 1970. Foeilelijk van buiten, maar binnen is alles bijzonder, van de tegels tot de scheef aflopende balie. Zo bijzonder dat het weer banaal wordt. Hotels blijven hotels. Net zoals kleren kleren zijn. Toch doet het je iets. Onwillekeurig voel je je een hele meneer.

Achteraf besef ik dat Helena Dietrich me precies daar hebben wil. Ze ontvangt me, hooggehakt, strak kapsel, spannend kleedje. Pittige ‘corporate girl’. Ze voert me mee naar een kamer die het allemaal heeft: fauteuils, twee LED schermen, lounge muziek, kunst aan de muur. Ook hier doordringt alles me ervan dat ik ‘on top of things’ ben. Toch is ook dit interieur voorspelbaar. Ik denk aan de fotoseries die David Byrne maakte tijdens concerttournees. Alle badkamers, slaapkamers, fauteuils in hotels lijken op elkaar. Design of niet.

Een uur lang mag ik uitzoeken hoe ik weer tevoorschijn wil komen. Ik ben niet goed in dit spelletje. Ik probeer nu eens dit, dan weer dat. Ik merk dat de keuzewaaier kleiner is dan ik verwacht had. ‘Het is verbazend hoe weinig gevarieerd de kledij is die je in winkels vindt. Alles is beige’, merkt Dietrich achteraf, met enig gevoel voor overdrijving, op.

Waarom dan neurotisch piekeren? Omwille van het rondje door het hotel dat volgt. En wat dan nog? Kent iemand mij hier? Hotels, dat is toch een verzameling van wildvreemden? Zelfs al kwam je een bekende te- gen, wat dan nog? Toch moet ik de neiging onderdrukken om niet in mijn hoogsteigen kloffie de sessie af te ronden.

In het gesprek achteraf hebben we het erover. ‘Kinderen ontdekken de wereld al spelend, door zich te verkle- den’, merkt Dietrich op. Dat vermogen spelen volwassenen blijkbaar kwijt, concluderen we samen. Waarom zijn we anders verslaafd aan onze ‘looks’? Maken de kleren dan echt de man of vrouw?

Ik ben er nog niet van af. Dietrich maant mij ernstig aan om terug te komen. Om echt te ervaren wat het is om in een andere gedaante te stappen. De volgende keer zal zij mij ‘profilen’. De derde keer keren we de rollen om. Ik ben benieuwd. Gek is het wel: een performance waar je alles zelf doet maar die je toch dwingt na te denken over je identiteit, die heilige graal van onze samenleving. Alles draait om jou, zo klinkt het overal. Maar wie dat is, dat hangt blijkbaar vooral je kleren af.